13 dagen en 350 mijl langs het mooiste stuk van de Noorse kust. Met iedere mijl naar het noorden wordt het landschap ruiger, de bergen spitser en de rotsen steiler. Langs de kust van Helgeland reizen we van eiland naar eiland. Eilanden als Lovund, waar we ’s avonds naar papegaaiduikers kunnen kijken en Traena. Verder naar het noorden en oosten zien we vooral bergen, eeuwige sneeuw en natuurlijk Svartisen, de gletsjer die bijna tot aan zeeniveau reikt, tot we in Bodø aankomen en aan de overkant van het Vestfjord de “Lofotenmuur” kunnen zien liggen. De dagen worden steeds langer en later wordt het zelfs niet meer donker. We trekken voorbij grotere plaatsen als Rørvik, Brønnøysund en Sandnessjøen, maar ook langs kleine haventjes en eenzame kades ergens in een fjord.
Om te beginnen verlaten we Kristiansund. Het eerste traject is de Trondheimsleia, een sund van wel 50 mijl lang. Onder Rørvik belanden we in een gebied met wel duizenden eilanden, waar we soms door de nauwste doorgangen tussen de eilanden varen. Rørvik zelf staat bekend om zijn modern vormgegeven museum. Bij Brønnøysund ligt Torghatten, de mythische berg met het gat erin, die we zullen beklimmen. Even ten zuiden van Sandnessjøen ligt Forvik, een ‘gammle handelssted’ waar in de buurt rotstekeningen gevonden zijn en natuurlijk Alstahaug met het bijzondere Petter Dass museum en de kerk waar hij gepredikt heeft. Op zowel Kristiansund als Bodø wordt meerdere malen per dag gevlogen. Het is zelfs mogelijk om vanuit Bodø met de trein terug te reizen.